Supertrio Men at Work

Men At Work werd in 1979 opgericht door Colin Hay en Ron Strykert. Nadien kwamen daar nog Jerry Speiser, Greg Ham (1953–2012) en John Rees bij. In 1981 brachten ze hun eerste single uit: “Who can it be now?”. De single werd een grote hit in Australië, net als hun debuutalbum “Business as Usual”. In 1982 bereikte “Who can it be now?” de nummer 1 in Amerika. Het tweede nummer “Down Under” werd nummer 1 in zowel Amerika en Groot-Brittannië. “Down Under” werd voor de grap gemaakt en is een vrolijk komisch lied over de typische dingen van Australië, zoals een vegemite sandwich. Het wordt beschouwd als het tweede volkslied van Australië.

In 1982 kregen ze de Grammy voor “Best new Artist”. Het tweede album “Cargo” werd al opgenomen in 1982, maar door het succes van het vorige album werd het pas in 1983 uitgebracht. “Cargo” bracht de hits “Overkill” en “It’s a mistake” voort. In het daaropvolgende jaar werden John Rees en Jerry Speiser ontslagen. In 1985 werd hun derde album “Two Hearts” uitgebracht. Ondanks goud in Amerika, was dit album wereldwijd geen succes.

Colin Hay begon een solocarrière en bracht in 1987 “Looking for Jack” uit. De plaat kreeg weinig aandacht. Ondanks het weinige succes blijft Colin platen uitbrengen. In 1998 toerde Colin Hay samen met Greg Ham in Brazilië. Het resultaat werd op het live-album “Brazil” geplaatst. Greg Ham werd op 19 april 2012 dood aangetroffen in zijn huis, op 58-jarige leeftijd.

Share Button

Supertrio Take That

Take That is een Britse muziekgroep. De razend populaire boyband werd gezien als de Britse tegenhanger van het Amerikaanse New Kids on the Block en was de rivaal van de Londense jongensgroep East 17. Take That heeft in eerste zes jaar van haar bestaan acht nummer 1-hits gescoord in het Verenigd Koninkrijk.

Take That bestaat uit Gary Barlow (leadzanger en songwriter), Mark Owen, Robbie Williams (die tijdelijk uitstapte) , Howard Donald en Jason Orange (die eind 2014 uit de band stapte). Producer en manager van Take That was van 1990 tot en met 1995 Nigel Martin-Smith.

Take That was actief van 1990 tot 13 februari 1996 en in 2005 maakte Take That een comeback zonder Williams, die een succesvolle solocarrière had uitgebouwd. In 2010 trad Williams ook weer tot de band toe. Op de slotceremonie van de Olympische Spelen van 2012 in Londen trad de groep op, echter zonder Robbie Williams. Meer over Take That vind je hier en hier.

TakeThat

Share Button

Supertrio Boudewijn de Groot

De Groot werd op 20 mei 1944 geboren in een Japans interneringskamp in Batavia (tegenwoordig Jakarta, Indonesië), voormalig Nederlands-Indië. Zijn moeder, Sophie Elisabeth Saueressig, overleed in juni 1945 in hetJapanse interneringskamp Tjideng. Na de oorlog, in 1946, keerde het gezin terug naar Nederland, waar de kinderen, Boudewijn, zijn broer en zijn zus, in verschillende gezinnen werden ondergebracht, zodat zijn vader kon terugkeren naar Indië. Zo kwam De Groot terecht in het gezin van een tante in Haarlem.

In 1951 keerde De Groots vader voorgoed terug uit Indië, waarna hij in Nederland hertrouwde. Het gezin werd herenigd in 1952 en vestigde zich in de César Francklaan te Heemstede. Hier maakte hij voor het eerst kennis met Lennaert Nijgh, die in dezelfde straat kwam wonen en vriendschap sloot met De Groots jongere stiefbroer Dirk. Beiden zaten ook op de Crayenesterschool, maar veel contact hadden de twee niet, daar De Groot een klas hoger zat dan Nijgh.

Na de lagere school ging De Groot naar de HBS op het Coornhert Lyceum in Haarlem. Hij had ondertussen gitaar leren spelen en maakte op school indruk met liedjes van Jaap Fischer en Jacques Brel. In de vriendengroep, die hij opbouwde op het lyceum, dook ook Nijgh weer op, die weliswaar op een andere school zat, maar voornamelijk optrok met leerlingen van het Coornhert Lyceum.

De Groot en Nijgh waren beiden geïnteresseerd in film en samen maakten zij in hun examenjaar, 1962, met enkele andere vrienden, een 8mm-filmpje getiteld Feestje bouwen, waarin Boudewijn onder andere een tweetal liedjes ten gehore bracht. Hierna schreven ze zich in voor de filmacademie, waar zij beiden werden toegelaten. Meer over Boudewijn de Groot vind je hier en hier.

Boudewijn de Groot

Share Button

Supertrio Oasis

In 1991 vormden Paul “Guigsy” McGuigan (basgitaar), Paul “Bonehead” Arthurs (gitaar), Tony McCarroll (drums) en Liam Gallagher (zang) de band The Rain. Ze begonnen op te treden in Manchester, en al snel veranderden ze de naam van hun band naar Oasis. Noel Gallagher bekeek zijn broer tijdens een optreden van Oasis, en stelde voor dat hij de gitarist en songwriter van de band zou worden. Met nummers van Noel op zak besloot de band commercieel succes na te streven.

De band begon steeds vaker op te treden, met in hun achterhoofd het vertrouwen in een platencontract. Uiteindelijk werden ze in mei 1993 in Glasgow door Alan McGee (van Creation Records) ontdekt, en sloten ze enkele dagen later hun eerste platencontract. Hun debuutalbum Definitely Maybe, uitgebracht in augustus 1994 en ondersteund door de singles Supersonic, Shakermaker, Live Forever en Cigarettes and Alcohol werd een groot succes, met name in het Verenigd Koninkrijk. Daar schoot het album meteen naar nummer 1 op de UK Album Charts. Bovendien werd het het snelst verkopende debuutalbum aller tijden in Engeland.

De band genoot van hun succes in Engeland, maar besefte tegelijkertijd dat er nog niet sprake was van groot internationaal succes. Na een slecht optreden in Los Angeles verliet Noel Gallagher de band, maar hij werd door een vertegenwoordiger van Creation Records overgehaald weer terug te komen.

In april 1995 bracht de band de succesvolle single Some Might Say uit. In aanloop naar de release van hun tweede album werd drummer Tony McCarroll vervangen door Alan White.

Oasis bevond zich in deze periode in een Battle of Britpop met rivalen Blur. Deze rivaliteit nam alleen maar toe toen de bands besloten een single op dezelfde dag uit te geven; Blurs Country House won uiteindelijk van Oasis’ Roll With It.

Oasis’ tweede album, (What’s the Story) Morning Glory?, was internationaal een groot commercieel succes, met meer dan 22 miljoen verkochte exemplaren. Singles van het album als Wonderwall, Morning Glory enChampagne Supernova deden het ook goed. Meer over Oasis lees je hier en hier.

Oasis

Share Button